Blijf rustig en speel verder

Start

Zaalvoetbal in Nederland

Futsal of zaalvoetbal werd rond 1960 populair in Nederland, toen Nederlandse mariniers het spel vanuit het buitenland meenamen naar Nederland. Aanvankelijk speelden zij het spel in grote lege schuren of fabrieken. Het duurde nog tien jaar voordat de eerste officiële Royal Dutch Football Association competitie werd opgericht. Het was Scagha '66 uit het noordelijke dorp Schagen, dat de eerste nationale titel won.

Futsal werd al snel, met name na 1989, populair in Nederland toen het land de eerste FIFA Futsal World Cup ooit hoste. Het Nederlandse team eindigde op de tweede plaats nadat Brazilië hen met 2-1 in de finale versloeg en dit is ook hun beste resultaat tot nu toe. De eerste wedstrijden in Nederland werden op lokaal niveau georganiseerd, voordat ze verspreid werden naar regionale en districtswedstrijden. In de jaren ‘80 werd er gekozen voor een piramidestructuur met drie eerste divisies en een eredivisie. Na een reeks structurele veranderingen zijn er nu zes eerste divisies, gelijk aan het aantal KNVB-districten en één eredivisie.

Vanaf het seizoen 2011-2012 is futsal een aparte entiteit geworden binnen het KNVB managementstructuur en heeft nu ook zijn eigen bestuurscomité. Deze heeft de taak om de sport verder te ontwikkelen en om te voldoen aan de belangrijkste ambities van de KNVB, zoals uiteengezet in het Masterplan van 2010. Deze omvatten:

# Een doel behalen van 130.000 geregistreerde spelers
# Een top tien positie voor het nationale team op de wereldranglijst
# Structurele deelname van het nationale team aan wereld- en Europese kampioenschappen

 

Futsal

Futsal of futsala (in het Russisch: Мини-футбол of letterlijk ‘mini-voetbal’) is een variant van voetbal, dat wordt gespeeld op een hardcourt (een veld met een harde ondergrond) maar het veld, dat wordt gebruikt, is kleiner dan een voetbalveld en het wordt vooral binnen gespeeld. Het kan worden beschouwd als een versie van vijf-tegen-vijf-voetbal.

Futsal wordt gespeeld tussen twee teams van elk vijf spelers, waarvan er één de doelverdediger is. Tijdens het spel zijn er een onbeperkt aantal wissels toegestaan. In tegenstelling tot sommige andere vormen van zaalvoetbal wordt het spel gespeeld op een hardcourt en begrensd door lijnen; muren of planken worden niet gebruikt. Futsal wordt ook gespeeld met een kleinere bal. Het oppervlak, de bal en de regels leggen tijdens het spel de nadruk op improvisatie, creativiteit en techniek evenals balcontrole en het passeren in kleine ruimtes.

De regels

Lengte van
het veld
Minimaal 25m × 16m, maximaal 42m × 25m.
Bal Maat 4, omtrek 62-64cm en een gewicht tussen 400-440g aan het begin van het spel.

Naar beneden gegooid vanaf een hoogte van 2m mag de eerste rebound niet lager dan 50cm of meer dan 65cm zijn.
Tijd Een wedstrijd bestaat uit twee perioden van 20 minuten en elke keer dat de bal
buitenspel raakt wordt de tijd gestopt. Tussen de twee perioden is er een pauze van 15 minuten. Elk team mag één time-out per wedstrijdhelft gebruiken en die time-out duurt maximaal één minuut. Tijdens lagere competities en op bepaalde toernooien worden er ook wel periodes van 24 minuten aangehouden.
Aantal spelers Er zijn vijf spelers in elk team op het veld en één van hen is de doelverdediger; maximaal 12 spelers mogen elke wedstrijd worden ingezet als wissel. Wissels zijn onbeperkt en gebeuren terwijl het spel gewoon doorgaat.
Overtredingen Alle directe vrije schoppen tellen als geaccumuleerde overtredingen. Er wordt direct een vrije schop toegekend in het geval een speler iemand laat struikelen, in het geval van schoppen, tegen iemand opspringen, duwen, slaan, tackelen, vasthouden, spugen en het maken van een weloverwogen overtreding of het aanraken van de bal met de handen. Indirecte vrije schoppen, zoals bij gevaarlijk en belemmerend spelen, worden niet opgeteld bij de geaccumuleerde overtredingen. Een team wordt gewaarschuwd door de scheidsrechter wanneer ze vijf fouten in één helft van de wedstrijd hebben begaan.
Kaarten Er wordt een gele kaart uitgedeeld in het geval van onsportief gedrag, een overtreding, tijdverspilling, aanhoudende inbreuk op het spel en bij een ongeldige wissel. Er wordt een rode kaart uitgedeeld in het geval van ernstig vals spelen, gewelddadig gedrag, spugen, het ontkennen van een duidelijke scoringsmogelijkheid, beledigende taal en het ontvangen van een tweede gele kaart. Spelers die een rode kaart krijgen moeten het veld verlaten en hun team moet dan twee minuten of totdat het andere team een doelpunt scoort met een speler minder spelen.
Vrije trappen Deze worden genomen vanaf de plaats van de overtreding of op de lijn van het strafschopgebied, dat het dichtst bij de plek van de overtreding ligt. Alle tegenstanders moeten minstens 5m van de bal af staan. De strafschop moet binnen vier seconden worden genomen en anders wordt er een indirecte strafschop toegekend aan het andere team.
Strafschop vanaf de tweede penaltystip Dit wordt toegekend wanneer een team zes of meer fouten in een helft begaat. De tweede penaltystip ligt 10m van het doel en de tegenstanders moeten achter de bal gaan staan en de keeper moet minstens 5m van de bal verwijderd zijn.
Strafschop Moet 6m van het centrum van het doel worden genomen in het geval dat de fout 6m vanaf het gebied van de doelverdediger is begaan.
Doelverdediger Wanneer hij/zij in het bezit is van de bal, heeft de doelverdediger vier seconden om de bal in het spel te brengen. Als de bal te lang wordt vastgehouden, geeft de scheidsrechter een vrije schop aan het andere team. De keeper kan vrij spelen wanneer de bal op de helft van de tegenstander is.
Beperking terugspeelbal van de doelverdediger Nadat de doelman de bal vrij heeft gegeven door deze te schoppen of te gooien, mag de doelverdediger de bal niet opnieuw aanraken totdat de bal uit het spel raakt of door een tegenstander wordt geraakt. De sanctie voor deze overtreding is een indirecte vrije trap. De doelverdediger mag de bal vrij geven als hij op de helft van de tegenstander staat.
De intrap Een intrap wordt gebruikt in plaats van het ingooien van de bal. De speler moet de bal op de lijn leggen of daarnaast, maar niet meer dan 25cm van de plaats waar de bal buiten spel raakte. De bal moet stil worden gelegd en de trap moet binnen vier seconden, vanaf het moment dat de speler klaar is, genomen worden. Tijdens de intrap moeten de tegenstanders minstens 5m van de bal af staan. Als er vier seconden is verstreken of als er een ongeldig schot wordt ingenomen, zal de scheidsrechter aan het andere team een intrap toewijzen. Het is niet toegestaan om direct met een intrap te scoren: het doelpunt is alleen geldig als iemand anders de bal raakt voordat het in het doel komt.
Goal clearance Een doelworp wordt in plaats van een intrap gebruikt. De doelman moet de bal dan met zijn handen gooien en moet binnen drie seconden het strafschopgebied verlaten. Als de doelworp ongeldig wordt verklaard, kan de doelman het opnieuw proberen, maar de scheidsrechter zal de telling niet opnieuw instellen. Als er vier seconden zijn verstreken, krijgt het andere team vanaf de strafschoplijn een indirecte strafschop.
Hoekschop De bal moet in de boog worden neergelegd, het dichts bij het punt waar de bal de doellijn overschreed en de tegenstander moet minstens 5m op het veld staan, totdat de bal in het spel komt. De hoekschop moet binnen vier seconden worden genomen of anders zal er een doelworp aan het andere team worden toegekend. De bal is in het spel als het wordt geschopt en beweegt.
Scheidsrechters Voor internationale wedstrijden moeten er twee scheidsrechters zijn: de eerste scheidsrechter staat aan de kant van de tijdwaarnemer en communiceert ook met deze persoon, terwijl de andere scheidsrechter (de tweede scheidsrechter) aan de tegenovergestelde kant van het veld staat. Bij de tijdwaarnemerstafel kan er nog een tijdwaarnemer staan en een derde scheidsrechter kan een oogje houden op de bank, met de andere spelers van de teams.

Bij kleine evenementen wordt de derde scheidsrechter en de derde tijdwaarnemer niet gebruikt.

Samenvatting van de regels

Periodes van 20 minuten

Futsal- of zaalvoetbalwedstrijden bestaan uit twee periodes, die elk uit 20 minuten werkelijke speeltijd bestaan. Elke keer dat de bal uit het spel raakt, wordt de klok gestopt en de tijd wordt weer opnieuw gestart als het spel wordt hervat.

Time outs

Teams hebben in elke periode recht op één time-out van één minuut. Het team dat in de eerste helft van de wedstrijd geen time-out aanvraagt, mag tijdens de tweede helft ook maar weer één time-out vragen. In de extra tijd zijn er geen time-outs mogelijk.

Onbeperkt wisselen

Een wedstrijd wordt gespeeld door twee teams, die elk uit niet meer dan vijf spelers (een doelman en vier spelers op het veld) en negen invallers bestaat. Je kunt tijdens de wedstrijd onbeperkt wisselen. De wissels kunnen of de bal nu in spel is of niet plaatsvinden, maar alleen in de speciaal afgebakende wisselzones.

Vervanging van een weggestuurde speler

Een vervangende speler kan een weggestuurde speler vervangen en mag twee minuten nadat de weggestuurde speler het veld heeft verlaten aan het spel deelnemen. Zij mogen echter voordat de twee minuten zijn verstreken met de ploeg meespelen als hun team een doelpunt heeft gemaakt, terwijl ze met een speler minder speelden.

De doelverdedigers

De doelverdedigers hebben slechts vier seconden om de bal met hun handen of voeten te spelen en mogen de bal niet opnieuw aanraken als deze opzettelijk door een teamgenoot wordt gespeeld, zonder dat een tegenstander de bal speelt of raakt. De doelverdedigers mogen dan ook overal op het veld spelen en de bal verder spelen dan de halve lijn, wat eerder niet was toegestaan.

Geaccumuleerde overtredingen en het tweede strafpunt

Opgelopen overtredingen zijn overtredingen die met een directe vrije trap of een strafschop zijn afgestraft, ongeacht of het in het voordeel was of niet. Als een team een zesde fout begaat, kan het andere team een vrije trap zonder muur worden toegekend, hetzij vanaf de tweede penaltystip, die vier meter achter de eerste penaltystip ligt of vanuit een positie die nog dichter bij het strafgebied ligt, indien de fout tussen de doellijn en de tweede penaltystip is begaan.

Nog twee dingen

In tegenstelling tot voetbal met een elftal mogen de doelpunten niet direct vanaf de middenstip worden gescoord en bij futsal is er geen buitenspel.

Het speelveld

Het veld is meestal gemaakt van hout of van kunststof en moet altijd van een plat, glad en niet-schurend materiaal zijn gemaakt. De lengte van het veld is in het geval van internationale wedstrijden tussen de 38-42m en de breedte ergens tussen de 20-25m. Voor andere wedstrijden kan het veld ook 25-42m lang zijn, terwijl de breedte 16-25m kan zijn, zolang de lengte van de langere grenslijnen (de contactlijnen) maar langer is dan de kortere grenzen waar de doelen worden geplaatst (de doellijnen).

De ‘standaard’ grootte voor een internationaal veld is 40m x 20m. Het plafond moet minstens 4m hoog zijn. Op het midden van elke doellijn is een rechthoekig doel geplaatst. De binnenranden van de verticale doelpalen moeten 3m uit elkaar liggen en de onderrand van de horizontale dwarsbalk, ondersteund door de doelpalen, moet 2m boven de grond liggen. De netten zijn meestal gemaakt van hennep, jute of nylon en zijn aan de achterkant van de doelpalen en de dwarsbalk bevestigd. Het onderste deel van de netten is bevestigd aan een gebogen buis of een ander geschikt ondersteuningsmiddel. De diepte van het doel is bovenaan 80cm en aan de onderkant 1m.

Vóór elk doel ligt een gebied dat ook wel bekend staat als het strafschopgebied of het penaltygebied. Dit gebied wordt gecreëerd door kwart cirkels gericht op de doelen te tekenen, met een straal van 6m vanaf de doellijn. Het bovenste deel van elke kwart cirkel wordt dan verbonden door een lijn van 3,16m, die parallel loopt aan de doellijn tussen de doelpalen. De lijn die de rand van het strafschopgebied markeert, staat bekend als de strafschoplijn. Het strafschopgebied is het gebied waar de doelman de bal met zijn handen mag aanraken. Tussen de penaltylijn en het midden van het veld moet 6m zitten.

De tweede strafschoplijn ligt 10m van de doellijn, waar deze het midden van de doelpalen bereikt. Een strafschop vanaf de strafschoplijn wordt pas toegekend als een speler een fout in het strafschopgebied begaat. De tweede strafschoplijn wordt alleen gebruikt als een speler de zesde fout begaat op de helft van de tegenstander of op hun eigen helft in het gebied dat wordt omringd door de halve lijn en een denkbeeldige lijn, die evenwijdig is aan de halve lijn die door het tweede strafschopgebied gaat. De vrije trap wordt dan vanaf de tweede penaltylijn genomen.

Elk standaard veld voor handbal, inclusief de doelen en de vloermarkeringen, kan ook worden gebruikt om futsal op te spelen.

Voetbalschoenen voor zaalvoetbal

Dit type schoen is ontworpen voor het spelen van zaalvoetbal op binnenvelden en andere sportvelden (zoals in de sportschool of in zaalvoetbalfaciliteiten). Ze zijn geschikt voor op platte oppervlakken en de schoenen zijn iets lager uitgesneden met een iets harder oppervlak dan een traditionele sportschoen.